Vlakbij de ingang van de seniorenflat staan al vanaf januari twee fietsen. Dure sportfietsen die de strenge winter roestloos hebben doorstaan. Muurvast vastgeketend aan een fietsenrek. Alleen met professioneel gereedschap en voldoende tijd krijg je ze los. Fietsendieven kiezen liever een snellere buit. Maar hoe langer ze daar staan, hoe verleidelijker het wordt. Van wie zijn ze en waarom staan ze daar al zo lang?

Jan en Mien

Zijn de fietsen misschien van die krasse knarren op de 2e verdieping? Die gaan ‘s winters altijd naar Spanje. Misschien zijn ze, in de haast om het vliegtuig te halen, vergeten ze binnen te zetten. Wie weet ging het ongeveer zo:

‘Jan, jij hebt dus de fietsen binnen gezet?’ vroeg Mien op haar kruisverhoor toon, terwijl ze opstegen. De hartproblemen van Jan waren redelijk onder controle, maar nu voelde hij het weer fout gaan. Benauwd dacht hij: ’Shit, helemaal vergeten, dat gedoe ook altijd van dat mens.’ Zijn hart ging rommelig tekeer. Als de motoren van de EasyJet hetzelfde ritme hadden gehad, was er acuut paniek uitgebroken. Zijn mond werd kurkdroog. Het pilletje onder zijn tong smolt tergend langzaam. Jan schatte zijn kansen in: ‘Schuld bekennen is net zo dodelijk als een hartaanval. Dan verpest Mien onze vakantie genadeloos. Misschien moet ik zelfs terug voor die klote fietsen.’ Hij gooide er een leugentje om bestwil tegenaan: ‘Natuurlijk schatje, die staan safe in de berging hoor.’ ‘Dat is je geraden,’ zei Mien ‘want jij bent helemaal niet safe, maar een vreselijke geestelijke zeef.’ Hem honend uitlachend en trots op haar bijdehante sneer keek ze hem hooghartig aan. Jan zweeg, en stak zijn middelvinger naar haar op. De beklemming op zijn borst zakte af. Zou het zo gegaan kunnen zijn?

Het zal toch niet?

Maar misschien zijn de fietsen wel van die warrige oude vrouw op de 6e verdieping, die zegt dat ze met intermenselijke communicatie bezig is, terwijl ze als een zombie langs al haar buren loopt. En is die tweede fiets van een vriendje. Stom, natuurlijk niet, dan zouden ze gewoon in de berging staan.

Of zouden de fietsen van een sportief stelletje uit de nabij gelegen slechte buurt zijn? In deze tijden van diefstal en straatterreur moet je vernieuwend denken. Gewoon brutaalweg je fiets stallen bij de ingang van een seniorenpakhuis. Daar staat ie goed verlicht in het zicht.

Er zal zich toch geen rampscenario afgespeeld hebben? Dat de eigenaren van de geparkeerde fietsen al maandenlang dood in hun flat liggen? Maar in wèlke flat? Ook onder senioren wordt de sociale controle steeds minder, en je kunt toch moeilijk bij honderd deuren aanbellen. Stel dat ze na een lange fietstocht met wind tegen, allebei een dutje zijn gaan doen, en toen de romantiek toesloeg, maar dat voor beiden net te veel was? Zou zomaar kunnen, toch? Morgen toch eens vragen aan de wijkagent. O nee, die is wegbezuinigd. De huismeester dan. Nee, die moet alleen voorkomen dat een bewoner het trappenhuis opfleurt met een mooie plant of schilderij. Sociale controle wordt er niet makkelijker op…

Wordt vervolgd