Begin 60-er jaren. Pa werkt 200 kilometer verderop aan de aanleg van een dijk. Zwaar werk, soms bij ‘nacht en ontij’ tot zijn middel in het zeewater. Dankzij mijn opa, mijn vader en een kleine, vrijwel uitgestorven beroepsgroep, heeft Nederland droge voeten.

Vader is alleen op zaterdag en zondag thuis. Opgetogen stapt hij vrijdagavond uit het busje dat hem en zijn collega’s thuis brengt. ‘Jongens, wat ik nou toch heb meegemaakt…. Ik kom op de radio! Van de week was er een ploeg van Hilversum 1, en die hebben mij geinterviewd! Ze hebben een reportage over ons werk gemaakt, en donderdagmiddag wordt het uitgezonden!’

Moeder en zoon vinden het leuk en zijn trots. Piet op de radio… Pa op de radio… spannend! Mijn papa is beroemd!

Maandag: ‘Niet vergeten hoor, je vader komt donderdag op de radio’ zegt moeder.

Dinsdag en woensdag slaan de zorgen van alledag weer toe. Moeder heeft andere dingen aan haar hoofd, en kleine Kees is weer eens ziek.

Op donderdag zijn we allebei straal vergeten dat hij op de radio komt.

Vrijdagavond stapt vader opnieuw opgetogen uit het busje. ‘En wat vonden jullie van mijn interview op de radio? Heb ik het goed gedaan?’ Hij kijkt als een blij kind dat een klusje gedaan heeft, en weet dat hij nu een pluim en een rolletje drop gaat krijgen.

Moeder wordt asgrauw, begint te huilen, en ik krijg het erg warm.

‘Piet het spijt me zo, ik ben het helemaal vergeten, het was hier ook zo’n rotweek.’ Ik weet niets te zeggen, en sla mijn kinderarm om hem heen. We hebben spijt om iets onherstelbaars. Uitzending gemist bestond nog niet. De service dat de omroep iets voor je op een cassettebandje zette, kwam pas veel later. Er werden ook nauwelijks uitzendingen bewaard.

 

En vader, hoe reageerde vader? Hij was teleurgesteld, maar droeg het als een man. Hij mopperde niet, hij wreef geen zout in onze wonden. Integendeel, hij zei troostend tegen moeder ‘geeft niks meid’, Maar op zijn door zon, zeewind en kou verweerde wang bungelde een traan. Vader cijferde zichzelf weg. Een levenlang.